file:///C:/Users/Heleen/Downloads/google56b468c2f656e1ca%20(2).html
 

KINDEREN

DYSLEXIE

Dit betekent 'leesstoornis'. Personen met een leesstoornis hebben problemen om geschreven taal (vb. een tekst of woorden) om te zetten naar gesproken taal. Binnen dyslexie kunnen we een onderscheid maken tussen twee soorten van lezers. Als eerste zijn er de radende lezers. Zij lezen op een goed of te snel tempo en maken door hun snelle leesstijl vaak leesfouten. Als tweede zijn er de spellende lezers. Zij lezen eerder op een te traag tempo zodat ze geen of weinig leesfouten maken. Het is mogelijk om zowel een radende als spellende lezer te zijn.

DYSCALCULIE

Dit betekent 'rekenstoornis'. De stoornis kan opgesplitst worden in problemen met het hoofdrekenen, problemen met het inzichtelijk rekenen en problemen met de rekentaal. Personen met problemen met het hoofdrekenen hebben moeilijkheden met het snel en juist oplossen van optel- en aftreksommen en maal- en deeltafels. Iemand met problemen in het inzichtelijk rekenen kan vlot en correct optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, maar heeft daarentegen problemen met het inzicht in de getallen. Dit uit zich bijvoorbeeld in problemen bij het bedenken van oplossingsstrategieën bij bewerkingen, moeilijkheden met kommagetallen en moeilijkheden met breuken. Wanneer je een probleem hebt met de rekentaal ben je goed in het uitrekenen van oefeningen als er enkel cijfers en rekensymbolen aan te pas komen. (vb.: 6 x 9 =) Wanneer eenzelfde oefening in woorden uitgeschreven wordt, blijkt dit vaak moeilijker te gaan. (vb.: Neem het zesvoud van negen.) Dit uit zich ook regelmatig bij het oplossen van vraagstukken. 
Opnieuw kunnen deze verschillende vormen ook in combinatie voorkomen.

DYSORTHOGRAFIE

Dit betekent 'schrijfstoornis'. Personen met een schrijfstoornis hebben problemen om gesproken taal om te zetten in geschreven taal. Aanvankelijk uit zich dit in het niet kunnen onthouden hoe bepaalde letters geschreven worden of het omdraaien van letters (vb. b/d). Nadien hebben deze personen vaak problemen met het onder de knie krijgen van bepaalde spellingsregels (vb. d/t-regel). Vanaf het midden van de lagere school wordt er vaak opgemerkt dat de eerder aangebrachte spellingregels opnieuw vergeten zijn en niet onthouden  worden voor een langere periode.

TAALSTOORNIS

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikkeling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalgebruik. Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoornissen in de aandacht en de concentratie. Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke handicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.

ARTICULATIE

Als de spraak van het kind duidelijk achterblijft bij die van leeftijdgenootjes of wanneer de ontwikkeling van de spraak duidelijk afwijkend verloopt, spreekt men van een articulatiestoornis. Bij hele jonge kinderen is het normaal dat zij woorden soms onvolledig uitspreken. Sommige kinderen blijven echter langer dan normaal uitspraakfouten maken, of zij maken een afwijkende spraakontwikkeling door. Dit kan de verstaanbaarheid zodanig beïnvloeden dat het kind zich soms niet duidelijk kan maken.

FOUTIEVE MONDGEWOONTEN (OMFT)

Dit betekent foutieve orale gewoonten zoals duimzuigen, habitueel mondademen en infantiel slikken. Deze kunnen een foutieve tongligging in de hand houden of veroorzaken. Hierdoor wordt de articulatie vaak verstoord. Daarnaast kunnen ze ook kaak- en tandstandvergroeiingen in de hand werken. Een orthodontische aanpassing heeft ten volle nut als de myofunctionele problemen ook opgelost worden.

STEM

Stemproblemen worden vaak gekenmerkt door klachten van heesheid of stemverlies. De oorzaak van deze klachten kan organisch (vb. stemplooiknobbeltjes) of functioneel (vb. stemmisbruik) zijn. 
De logopedist onderzoekt de oorzaken van het stemprobleem en reikt technieken aan om de stem weer in balans te brengen.